Vanuit Bukit Lawang zijn we met een taxi naar Berastagi gereden (ongeveer 80 km., 4 uur rijden, 8 euro p.p.). De stad Berastagi zelf is niet zo heel bijzonder, reizigers stoppen er alleen om de meest toegankelijke vulkaan ‘ Gunung Sibayak’ te beklimmen. En zo deden wij dat ook :)
We zaten met 2 Finse meiden in de taxi (niet echt spraakzaam) en die kwamen we dus de hele dag tegen in Berastagi. Het is hier nu namelijk laagseizoen en dat is goed te merken ook. Het is heel rustig, wij 4-en waren zo’n beetje de enige toeristen in het hele stadje. Omdat er niet veel te doen was, wilden we niet zo lang blijven. We kwamen rond 13 uur aan en hebben meteen een taxi geregeld voor de volgende dag 13.00 uur naar Lake Toba. Voor de tour naar de krater van de vulkaan moest je zo’n 5 uur uittrekken, dat betekende dus dat we de volgende ochtend vroeg aan de tocht moesten beginnen. ‘s Middags was geen optie meer, je weet niet wanneer het donker wordt en we wilden eerst nog even eten en toch wel wat rondkijken. Misschien dat er 1 school was in Berastagi, maar alle tieners die we tegen kwamen hadden huiswerk gekregen: interview toeristen! (We nemen aan voor hun Engelse les). We werden dus de hele middag geinterviewd en gefotografeerd… Beetje over de markt gelopen, tot er een enorme hoosbui aankwam (ondanks het mooie weer is het hier toch regenseizoen, dus zo af en toe wat regen) terug naar het guesthouse. ‘s Avonds op de nightmarket gegeten, echt ontzettend lekker. Kip en vis van de bbq.
De volgende ochtend om 6 uur opgestaan (ja echt waar!), ontbijtje gegeten, take away lunch besteld en met een busje naar de voet van de vulkaan. We hadden een plattegrond mee van het guesthouse en het eerste uur liepen we over de weg, beetje omhoog, beetje omlaag, we waren aardig aan het klimmen, waarna we een slingerweg de berg op gingen. Enorm stijl en halverwege een obstakel. Er was namelijk door de regen een behoorlijk stuk van de berg afgespoeld met bomen en al.. die het hele pad blokkeerden. Er stonden wel al wat voetstappen, maar dit was echt pas een paar dagen ervoor gebeurd. Naja, wij erover heen geklommen, totdat we bij een soort trap moesten komen. Gezocht, maar niet gevonden… Gelukkig kwam er een jager uit de bosjes die zei dat we eerst een smal paadje in moesten, waarna de trap begon. Ooit was er een trap en hij was op veel plaatsen nog wel herkenbaar, maar in het regenseizoen en met zo weinig toeristen, blijft daar toch niet zo veel van over… Na een behoorlijke klim en schitterende uitzichten, hebben we de krater bereikt. Veel stank van de zwavel en herrie van de gas die op verschillende plaatsen eruit spoot. Echt heel indrukwekkend en bijzonder. Ik was nog nooit op een vulkaan geweest. Het idee wat er wel niet kan gebeuren als zo’n vulkaan tot uitbarsting komt… (niet teveel over nadenken als je daar staat). Wel typisch was het dat veel Indonesiers daar hun tentje hadden opgeslagen. Ze leken wel van de scouting, wat ze aan het doen waren weet ik niet, maar ze waren wel met zijn 30-en ofzoiets.. Nadat we een banaantje hadden gegeten op de rand van de krater zijn we weer teruggelopen om 10.30 uur, want we moesten nog 2 uur terug en om 13.00 uur zou onze taxi bij het guesthouse staan. Om 12.15 uur bereikten we de voet van de vulkaan. Onderweg nog de 2 Finse meiden tegengekomen, die dus op het heetst van de dag gingen. Ik was erg blij dat we al geweest waren…
Nog wat fruit gekocht op de markt, spullen gepakt, snelle douche en op naar Danau Toba!




