Van Ringit naar Rupiah, over bloedzuigers en Bintang

Astrid schrijft:
Na een paar gezellige dagen in Kuala Lumpur zijn we naar Medan gevlogen, hoofdstad van Sumatra. Nadat we onze eerste miljoen hebben gepind kwam een mannetje naar ons toe die zich aanbood als taxichauffeur, met allerlei Hollandse resencies over zijn diensten als taxichauffeur en gids. Toen we bij het guesthouse waren hebben we nog even met hem gepraat (waarbij de vrouw van het guesthouse een paar keer bleef herhalen dat we niet met hem in zee moesten gaan; ze biedt zelf ook tours aan) hebben we toch besloten nog niks te boeken.

Vlakbij het guesthouse stonden een paar moslimmeisjes die Frank in het Duits (!) aansproken. Ze moesten voor hun Duitse les een interview houden :) Dus ik in mijn beste Duits (even wennen na een paar dagen Engels) antwoord gegeven en een hele fotosessie gehouden met alle mogelijke combinaties (zij waren met zijn 6-en…). We hebben ‘s avonds een rondje door de straat gelopen en verder eigenlijk niks. We hebben niet veel van Medan gezien, behalve veel verkeer en de moskee (eerste gebedsoproep om 4.30 uur…).

De volgende ochtend hebben we besloten dat we niet in Medan bleven en hebben meteen een tour geboekt naar Bukit Lawang. Bukit Lawang ligt aan de rand van Nationaal park Gunung Leuser. Er zit een Oerang Oetang centre waar de apen worden voorbereid op het leven in het wild en ze vervolgens worden teruggezet. Een uur nadat we de tour hadden geboekt zaten we in een luxe 4×4 en hebben we 96 km afgelegd in 3 uur, met dank aan het verkeer in Medan en alle bochten onderweg en ohja, niet te vergeten de staat van de weg.

Frank schrijft:
Aangekomen in Bukit Lawang worden we opgewacht door Anton die ons direct meeneemt over de brug naar de overkant van de rivier Sungai Bohorok, naar het Guesthouse Bukit Lawang Indah. De brug is niet meer dan een paar planken, en ik kom er met mijn rugzak alleen kruipend overheen.

Na een briefing over de trekking wandelen we een rondje door het knusse dorpje. Allemaal vriendelijke en vrolijke mensen en een prachtige omgeving.
De volgende ochtend de grote tassen in een locker en op pad met gids Baba en het Canadese stel Lulu en Louis. Een zeer straf begin en na amper tien minuten lopen we badend in het zweet hijgend achter Baba aan, de Jungle in.

Vrij snel horen we een hoop lawaai uit de bomen en jawel, daar is Mina, de beruchte Orang Oetang. Mina is de meest gevreesde maar tevens meest geliefde inwoner van Bukit Lawang. Door de jaren heen heeft ze zo’n 64 gidsen aangevallen en gebeten. De gidsen nemen het haar echter niet kwalijk want die geven de toeristen de schuld, die alle aanwijzingen om afstand te bewaren negeren. Ze is een van de eerste in het wild uitgezette Orang Oetangs van het park, na jaren van gevangenschap. Omdat ze eten verwacht van mensen kan ze agressief worden als ze dat niet krijgt. Natuurlijk komt ze erg dicht bij ons en kunnen we haar en haar baby een kwartier lang bewonderen en fotograferen.

Na nog een paar flinke heuvels krijgen we een hele berg vers fruit te eten van onze gids. We merken ook dat we te grazen zijn genomen door bloedzuigers. Astrid is er het ergst aan toe met 4 stuks. Onze mede oerwoudbezoekers vragen ons bezorgd of we geen pleister willen, volgens de gids kan het geen kwaad en heeft hij wel een middeltje van tabak. Daarna volgt weer een stevige wandeling, en dan Nasi Goreng op een verkoelende plek bij een stroompje. Dan nog de grootste ‘mama en papa’ berg op, en een vreselijk lange en steile afdaling naar de grote rivier, alwaar we ons kamp voor de nacht vinden.

We kunnen daar lekker zwemmen in rivier, en ‘s avonds wacht ons alweer een enorm (smakelijk) diner. We sluiten de dag af met een potje kaart en zowaar een heerlijk koud Bintang biertje!
De volgende ochtend wakker met niet een houten kont maar wel met een compleet houten lichaam door het dunne matje op de jungle vloer. Na een frisse duik en compleet ontbijt (koffie, thee, fruit, jungle club sandwich) nog even langs een waterval en dan weer terug raften naar Bukit Lawang.

Het was een leuk avontuur, de Orang Oetangs waren geweldig, de gids een grappenmaker, het bed vreselijk en het eten onvoorstelbaar. Zoals Baba zegt: Alles is mogelijk in de Jungle!

Maleisië – Kuala Lumpur 19 en 20 november 2007

Om de hoek bij guesthouse nr 8. Op de achtergrond de zendtoren van Kuala Lumpur

Om 19 uur zijn we geland in Maleisië, Kuala Lumpur (7 uur vroeger). Bagage opgehaald (is dus goed gekomen na de overstap :-) ) en met de taxi naar de stad. Is maar 75 km. verderop. Eenmaal in KL de mooiste etalages gezien met spullen die ik echt niet kan betalen, zoals Luis Vuitton en dat soort merken. Om 21 uur waren we bij ons guesthouse, Number 8, gelukkig van tevoren gereserveerd. Ik had er anders niet aan moeten denken om nog iets te zoeken, wat waren wij gaar!! Ondertussen toch al 24 uur onderweg geweest.

Heerlijke warme douche en daarna wat eten, een straatje verderop. Nog een tas gekocht (niet zo’n dure, maar bij een ordinaire touristenshop) en biertjes gekocht en die maar voor de tv in onze kamer opgedronken. Iets meer last van een jetlag dan vorig jaar, om half 2 gaan slapen en om 12 uur de volgende ochtend wakker. We hadden nog wel door kunnen slapen, maar dan was het vast een uur of 17 geweest en dat schiet niet echt op om in het ritme te komen.

Naast de zendtoren

Meteen een taxi genomen om naar de Kuala Lumpur tower te gaan (niet de Petronas met de 2 torens, maar gewoon een soort Euromast). Daar wat gegeten en omhoog gegaan. Ik weet niet meer hoeveel meter, maar in ieder geval hoger dan de Euromast die 185m is. Goed uitzicht over de stad, niet bewolkt en ook niet zo ver van de Twin towers (Petronas).

Vanuit de zendtoren van Kuala Lumpur. Vandaag waren we nog erg lui en we moesten nog wennen aan de warmte natuurlijk, dus weer de taxi genomen naar de Twin towers. Daar kun je gratis in maar er zijn maar een beperkt aantal tickets. Toen wij daar waren konden we dus niet meer omhoog. Geen ramp want je komt maar tot de loopbrug en voor het uitzicht hoef je het niet te doen, die hadden we al gehad. Uiteindelijk hebben we dus de hele middag in het shopping centre gelopen onderin de Petronas en heb ik een shirtje gekocht en Frank slippers. Dat zou je eigenlijk tot het einde van je reis moeten bewaren, heb me in moeten houden, want 2 maanden zeulen heb ik geen zin in. Daarbij heb je op de eerste 2 verdiepingen alleen maar winkels als Luis Vuitton en Prada. Taxi terug naar guesthouse en ff relaxed, boekje gelezen en biertje gedronken en nu zitten we hier. We gaan zo wat eten, als we iets kunnen vinden behalve Mc Donalds, en dan maar niet te laat slapen, want morgen moeten we uitchecken, want ‘s avonds vertrekken we naar Bangkok!!

De eerste foto’s staan online! Nog een dagje KL (er valt hier niet zo veel te beleven, dus dat is niet zo erg). Als we wat bijzonders meemaken komt het erop, anders komt ons volgende bericht uit Thailand!

Sangkhlaburi deel 2 – zondag 03/12/2549

Oke, daar ga ik weer. Je raadt het al, ik had een heel verslag getypt op de website, maar ik ben van mijn e-mail in gmail gewend dat het automatisch wordt opgeslagen, maar hier dus niet. Oke foutmelding, daar ging mijn stuk tekst.

The 3 Pagoda'sZondag 3 december 2549 (mooie Thaise jaartelling) was onze laatste dag in Sangkhlaburi. We hebben een scoortertje gehuurd en zijn naar de “3 Pagoda Pass” gereden, 19 km. verderop. Dit is de grens met Birma. De Karen en de Mon people (hill tribes) hebben hier aardig geschiedenis geschreven door hier volop te vechten over import en export en ook Marco Polo heeft hier ooit gestaan. Dit is zo’n beetje de enige toeristische activiteit rondom Sangkhlaburi, dus we konden het niet overslaan. De enige toeristen waar de mensen daarop gericht zijn, zijn de Thai’en omdat er bijna geen westerlingen komen. De pagoda’s stonden ooit eens trots te zijn, maar nu draait alles meer om de markt die erom heen opgesteld is. Natuurlijk worden de pagoda’s nog wel geeerd, met veel geestverdrijvers, maar die geestverdrijvers zie je overal. Op de markt wordt veel teak-hout verkocht, allemaal import uit Birma, aangezien dat in Thailand verboden is te kappen. Ik moet zeggen, ze maken er wel prachtige dingen van. Na 2 rondjes over de markt en nadat Frank “Mahk” geprobeerd heeft (een blad met allemaal spul erin, opgevouwen en kauwen maar) zijn we met de scooter weer terug naar Sangkhlaburi gegaan.

Langste houten brug van ThailandAan de overkant van het stuwmeer is een dorp, met mooie tempels. Om naar dat dorp toe te komen kun je over de langste houten brug van Thailand lopen. Dat wilden wij natuurlijk wel, dus we gingen op weg. Stel je er niet een houten brug bij voor als in Nederland, want voor alles hier geldt dat de veiligheidseisen 1000x zo minder streng zijn als in Nederland. (Al het eten in stalletjes op straat, in de stralende zon, nooduitgangen in de bus helemaal ingebouwd etc.) Maar goed, we hebben de overkant gehaald en zo erg was het nu ook weer niet, hoewel er hier en daar gaten in zaten. Gewoon goed kijken dus. 

Aan de overkant zijn we maar gaan lopen. Vrijwel geen toerist en dus ook de taxi-scootertjes kwamen niet op je af om te vragen waar je heen wilde.. Ergens langs een familie gelopen die ons de weg wees naar de tempel, maar ze vonden het blijkbaar toch wel zielig dat “de onwetende farang” (Thais woord voor buitenlanders) nog zo’n eind moesten lopen, dus de zoon wilde ons wel brengen. Hup, met zijn 3-en op zijn scootertje, wat toch nog wel een eind was, dus we waren er erg blij mee. Bij de inmens grote tempel aangekomen, hebben we snel schoenen uitgedaan en zijn we naar binnen gegaan.

We mochten doorlopen, we waren dus correct gekleed. Een monnik praatte de boel aan elkaar, voor mijn gevoel leek het op een tombola of op een veiling ofzo, er stonden ook overal spullen. Maar hier worden overal emmertjes met etenswaar verkocht, om te geven aan de monniken, omdat zij zelf geen bezit hebben o.i.d. Dus het waren de emmertjes die daar stonden en er lagen heel veel bloemen op tafels. Veel mensen zaten op de grond en wij waren erg nieuwsgierig, dus we zijn er maar bij gaan zitten. Niemand die daar van opkijkt, ook al komen daar bijna nooit toeristen.

Na een tijdje kwam een vrouw bekertjes water brengen en de monnik, vroeg tussen het gebrabbel door waar we vandaan kwamen. Het leek erop alsof hij wel eens van Holland gehoord had. Een engelssprekende man kwam even naast ons zitten en legde ons de bedoeling uit van de bloemen en zei dat als we honger hadden we daar en daar heen moesten, want daar was de keuken en dan konden we wat eten. Wat een land is dit toch he! Was iedereen in Nederland maar zo aardig en gastvriendelijk, daar kan de westerse wereld nog een hoop van leren. Na hem hebben nog 3 anderen ons gezegd waar de keuken was en dat we konden eten.

De tempelWij wilden toch wel wat doen, want het ging hier om een “Abbot” (soort van leider van de tempel, ik weet niet precies hoe dat in het Nederlands heet), die een tijdje terug is overleden. We hebben bloemen gepakt en zijn achter anderen aangelopen naar de doodskist, zodat we hen konden nadoen. Rondom de doodskist, liggen enorm veel bloemen en is het mooi versierd. We moesten op ons knieen zitten (uiteraard met voeten naar achter, anders is het oneerbiedig) en 3x buigen. Bloemen neerleggen en daarna weer een zelfde soort ritueel met zo’n kleed van een monnik (je weet wel zo’n oranje kleed, dit was een nieuwe die we dan een soort van “schonken” aan de monniken). We zaten voor 3 monniken die wat zongen en we moesten de kleden neerleggen. (Uiteraard mag ik de monniken niet aanraken, en niks direct aan ze geven). Toen dachten we dat we klaar waren, maar de microfoon-monnik wees ons naar een andere monnik en daar kregen we een ketting. Dat was dus onze eerste echte souvenir. Met een betekenis, want wij vonden het wel mooi om zo een beetje in de cultuur te komen van deze mensen. Zeker omdat het absoluut niet toeristisch was. We hebben nog wat geld gedoneerd en in het midden van de tempel stond iets waar bankbiljetten aan vast geniet werden, waardoor een hele slinger van bankbiljetten ontstond. Dat hebben wij ook gedaan. Het is allemaal wel mooi versierd, heel serieus, zelfs met kerstverlichting.. En het is wel allemaal heel serieus, maar niet formeel, er lagen mensen te slapen, kinderen renden rond, en ondertussen gingen deze rituelen de hele dag door voor mensen die een laatste eer wilden bewijzen aan deze man.

Met de ketting om onze nek zijn we weer terug gegaan de brug en hebben we onze laatste avond in Sangkhlaburi niet zoveel gedaan. Dit was weer een geslaagde bestemming.

Koffie is gezond!

Wist je dat…
- Koffie leverschade door alcoholgebruik helpt voorkomen?!?!?

Zo kun je je alcoholverbruik mooi compenseren met de hele dag door koffie!!

Daarbij:
- hebben koffiedrinkers minder kans op Parkinson, Alzheimer en type 2 diabetes;
- verlaagt koffie de kans op zelfmoord, omdat het zou werken als antidepressivum.

Bron: Psychologie magazine, december 2005