
Vanuit Pak Chong verder noordelijk gereist naar Phimai. Phimai ligt ten noordoosten van Nakhon Ratchasima (en dat ligt weer ten noordoosten van Bangkok).
Phimai gaf weer een heerlijk Prachuap gevoel. Klein dorpje, weinig toeristen, erg gezellig. Het was meteen al feest op het dorpsplein, dus heerlijk de hele avond Thaise muziek :-)
We zaten in Guesthouse Old Phimai Inn. Helemaal van hout, de familie woont beneden, boven waren de kamers met de gezamenlijke badkamer. Oma paste op de kinderen en deed de check in en out. Heel schattig dus.
‘s Avonds hebben we op de markt gegeten. Een lekker Isaan (zo heten de Noord Oostelijke provincies van Thailand samen) gerecht en Pad Thai, dat is altijd een favoriet. Verder viel er in het stadje niet veel te beleven,
(toch wel, er was de openingsceremonie van de ASEAN Games. Muziek en dans op het podium op het marktplein! noot van Frank) nog even over de night market gelopen en weer naar het guesthouse gegaan.
De volgende dag naar de oude tempel midden in de stad gegaan. Phimai heeft, net als een groter gedeelte in het noord oosten, vroeger tot de Khmer kingdom gehoord en daarom staat er midden in het stadje een grote ruine van een tempel zoals je die in Angkor in Cambodia ook ziet. Dat is ook eigenlijk de enige reden waarom toeristen hier komen. Hier hebben we ons een beetje vermaakt, rondgelopen, op de foto gegaan met een paar Thai’en, zo bijzonder als wij zijn en daarna naar de Soi Ngam geweest.
Soi Ngam is de oudste en groote Banyan tree van Thailand. Echt enorm, met overal weer nieuwe stammen en de bladeren overkappen het helemaal. En veel eekhoorns!
‘s Avonds weer bij ons favoriete tentje gegeten op de night market en weer schaak gespeeld.